Mijn herstelverhaal vanuit herfstperspectief - Eddy Van Damme - 23/01/2026 Juni 1966, een blanco blad. De geboorte van een legende of van een mislukking? Of iets in het midden? Alles moet nog worden uitgevonden. De toekomst ligt aan mijn voetjes. En toch ligt er al zoveel vast in mijn biologie. Ook…
Mijn herstelverhaal vanuit herfstperspectief - Eddy Van Damme - 23/01/2026 Juni 1966, een blanco blad. De geboorte van een legende of van een mislukking? Of iets in het midden? Alles moet nog worden uitgevonden. De toekomst ligt aan mijn voetjes. En toch ligt er al zoveel vast in mijn biologie. Ook op dit maagdelijk blad zal de inkt nog moeten vloeien, de ontploffing van letters naarmate mijn leven, mijn tragedies en mijn herstel zich ontvouwen. Al in mijn jeugd ligt de kern van mijn herstel, al mijn kwaliteiten, maar tevens de grenzen van mijn mogelijkheden, en de bron van mijn ellende … Ik ben altijd al een beetje anders geweest, een beetje speciaal, een beetje van op afstand. Vroeger op de lagere school en in de jeugdbeweging kroop ik vlug in mijn schulp, durfde niet veel en kon weinig dingen delen met mijn omgeving. Hoewel ik er wel steeds bij wilde horen, lukte dat in die periode doorgaans voor geen meter. Ik schaamde me voor het minste. Als iemand nog maar in mijn richting keek, werd ik knalrood, het zweet brak me uit en ik wou onder een steen kruipen. Dat gaf dikwijls aanleiding tot veel gelach en commentaar bij de andere kinderen, maar ook bij de volwassenen of zij die het beter hadden moeten weten. Zo herdenk ik het toch. Dát is wat ik me het meest herinner: ik probeerde de grappenmaker, de clown uit te hangen, mensen konden lachen met mij. Ik was creatief met simpele dingen. Een kartonnen doos van waspoeder, een oud kleed, een portie verbeeldingskracht, een tuin en veel eenzaamheid. Méér had ik niet nodig om me een ideale wereld bijeen te fantaseren waarin ikzelf de held was. Hoe graag en veel kon ik me niet verkleden tot ik iemand anders was, toneel spelen en iemand anders worden, maar na het ‘optreden’ viel ik weer terug in mijn eigen cocon. Op die ogenblikken kon ik doen alsof ik de controle had over mijn doen en laten. En dat gaf me tijdelijk enige rust, of een gevoel van opluchting en ontspanning. Voor even geen knoop in de maag. Uiteindelijk was ik ook nog maar een kind. Ook thuis dezelfde scenario’s. Mijn vader was de stilte, de kracht en soms de woede. Hij bepaalde de gang van zaken, wie kwam en wie ging. Wanneer we gingen slapen, wanneer we thuis moesten zijn. Mijn lieve moeder was diegene die zalfde, die bufferde, soms knuffelde, maar altijd weer zorgde voor mijn broer, voor mij en voor mijn vader. Zij zorgde dat alles altijd min of meer in z’n gewone plooi viel. Haar neerslachtige crisissen hadden hun invloed op ons qua sfeer. Het bleken donkere jaren in haar hoofd. Dat had natuurlijk zijn effect in mijn beginjaren. Mijn dwangmatige halsstarrigheid in die vaak gespannen situaties, leidde tot bokkig en gefrustreerd gedrag dat meestal werd afgestraft: vaak kreeg ik straf voor gedrag dat ik op dat ogenblik niet in de hand had, wegens overprikkeld en gespannen, de ‘stress’ was groot, ook al noemde dat nog niet zo. Noch thuis noch elders kon ik bij iemand terecht. Ik voelde me nergens begrepen en had bovendien geen vriendjes om mee te spelen. Op school en in de jeugdbeweging werd ik vaak gepest en uit de populaire groepjes gesloten: ik hoorde er namelijk niet bij omdat ik anders was. Ik werd in de brandnetels geduwd, kwam quasi dagelijks met krabwonden thuis en werd anderzijds vaak genegeerd. Die stress bezorgde me nog méér gêne en chronische obstipatie. In het beste geval werd ik getolereerd. In mijn beleving overheerste het mijn jeugd: ik was 14 en het puberen moest dan nog beginnen. Ik ben altijd al een laatbloeier geweest en ik ben dat steeds gebleven, traagheid was mijn handelsmerk en dat is het tot op vandaag. ‘Snellen Eddy’ is ook later meer dan eens mijn cynische bijnaam geweest… Ik herinner me ‘later’ … hoe graag ik nog steeds deel wilde uitmaken van de groep. Ik nam méér risico’s en nam uitdagingen aan, ik durfde iets ter compensatie van mijn schuchter verleden. Ik gaf mezelf soms letterlijk bloot, at regenwormen om stoer te doen, klom in de hoogste bomen waarna ik er amper nog uit durfde te klauteren. Dan maakte ik mezelf belachelijk of zielig door dat soort pubergedrag. Ik werd leider in de Chiro en ging op kamp … ik was jong en sterk en bij momenten kon ik meedrijven met de middenmoot van mijn leeftijdsgenoten op de cadans van de idee dat we allemaal wel een beetje speciaal zijn. Samen fietsen naar de kampplaats was een belevenis op zich, samen het kamp opbouwen en sjorren, de avonden kletsen met de kookouders … soms had ik bijna het gevoel dat ik er bij hoorde en af en toe lukte dat ook wel eens. De prille liefde en de kleine reisjes naar Frankrijk en Nederland. Verliefd en er geen weg mee kunnen, willen blijven en tevens weg willen. Het was een bijkomende knoop in mijn emoties die steevast vergezeld werden door de altijd aanwezige aanpassingsstress wanneer ik niet thuis was. Hoe zou ik toen al hebben moeten weten hoe slecht ik was in het ontdekken en delen van emoties, laat staan in het onderscheiden van andermans gevoelens. En vooral: hoe zou ik hebben moeten weten hoe daar dan mee om te gaan? De maatschappij en de wereld waren één groot, onvoorspelbaar laboratorium, met oneindig veel onbekende factoren en duistere gangen. En zelfs thuis moest ik me op mijn kamer terugtrekken om me een beetje veilig te voelen. Het waren andere tijden: met gevoel kwam je niet aanzetten bij je ouders. De verre reis naar Indonesië samen met mijn lief, confronteerde me bij terugkomst met een grote leegte: ik relativeerde alles kapot en het duurde maanden eer ik terug wat gewend was aan ons bijwijlen als overbodig ervaren luxeleven. Ik voelde me nog eenzamer dan voordien. Wat een verademing toen ik de effecten van drank ontdekte: het gevoel hoe de spanning weg ebt als de eerste alcohol van de dag door de bloed-hersenbarrière dringt. Die kalmte smoorde in eerste instantie mijn neerslachtige gevoelens en constante stress, ik zou ze nog vaak herhalen. Oh ja, het idee dat ik een substantie had gevonden die me met gemak door het leven zou helpen, het kwam als manna uit de hemel val…