Experience Hub

Ervaringsdeskundige en Jongerencoach

Vanaf het moment dat ik besefte dat ik niet langer wou bestaan, maar wou vechten om te leven. Dit is mijn herstelverhaal, niet het verhaal van trauma.

Van overleven naar bestaan, van bestaan naar leven — in geloof, hoop en liefde Er kwam een moment waarop ik besefte dat ik vastzat. Ik voelde hoe mijn wereld steeds kleiner werd, hoe ik meer overleefde dan leefde. Op een dag drong het tot me door: dit was geen leven meer, maar een bestaan dat ik niet langer wilde. Dat inzicht was pijnlijk, maar het was ook het begin van iets nieuws. Ik wilde contact met mezelf. Niet langer alleen functioneren als valkussen voor anderen die hulp nodig hadden. Niet langer het kind zijn dat had geleerd dat zij te veel was, dat zij er niet mocht zijn. Vanaf mijn vroege jeugd had ik mezelf weggecijferd, met alle gevolgen van dien. Maar op dat moment besloot ik: niet meer. Ik wilde gezien worden. Gehoord worden. Ik had recht op meer dan wat ik kende. De zoektocht naar hulp Ik begon bij de huisarts. Daarna de POH. Toen een maatschappelijk werker. En uiteindelijk vond ik een plek bij een psycholoog. Elke keer opnieuw moest ik stukjes van mijn verhaal vertellen, afwachtend hoe er gereageerd zou worden, of ik gezien werd. Dat was voor mij de dealbreaker: ik moest voelen dat ik bestond in de ogen van de ander. Het eerste doel was simpel en tegelijk enorm: leren vertrouwen. Een jaar lang had ik wekelijkse gesprekken. Een jaar waarin langzaam een rapportage ontstond van wat mijn leven was geweest. Een jaar waarin ik voorzichtig leerde dat ik niet meteen zou worden afgewezen. Toen mijn psychologe eindelijk een volledig beeld had van wat ik had doorstaan, kwam de diagnose: C‑PTSS met DIS (dissociatie). En vreemd genoeg voelde dat niet als een einde, maar als een begin. Nu, na een jaar, kon ik eindelijk écht beginnen met herstellen. De eerste stappen van herstel De eerste stap was confronterend: mijn leven voorlezen. Vanuit de rapportages, aangevuld met mijn dagboeken en herinneringen. We maakten een lijst met alle trauma’s die ik wilde aanpakken — ook die waar ik nog niet klaar voor was om over te praten. Wekenlang werkte ik met EMDR aan hetzelfde onderwerp. Ik was hard voor mezelf, vond dat ik niet mocht huilen, niet zwak mocht zijn. Tot het moment dat ik het kleine meisje dat ik ooit was rechtstreeks begon aan te spreken. Ik vertelde haar dat ze veilig was bij mij. Dat ze er mocht zijn. Dat ze bestaansrecht had. Dat het niet eerlijk was hoe zij was behandeld. Op dat moment vond ik een verbinding die ik jarenlang kwijt was geweest. Toen ik die verbinding voelde, kon ik het eerste trauma doorkrassen. Ik leerde dat mildheid meer oplevert dan strengheid. Dat ik niet hoef te wachten tot ik “goed genoeg” ben om te beginnen — dat beginnen juist is hoe ik groei. Herstel kwam niet in grote sprongen, maar in kleine, soms bijna onzichtbare stappen. Maar elke stap bracht me dichter bij mezelf. De confrontatie met mijn grootste trauma Na jarenlange gecombineerde therapie kwam het punt dat ik altijd had gevreesd: mijn grootste trauma. EMDR bleek niet genoeg. We schakelden over naar IE. Maanden verstreken. Geduld bleek soms moeilijk. Er waren momenten van frustratie, woede, tranen en vechten voor mezelf. Maar uiteindelijk overwon ik. Dat was het moment waarop ik — met nog een paar punten op mijn lijst — begon aan iets wat ik nooit had durven dromen: de opleiding tot ervaringsdeskundige. Van cliënt naar student Iedere week ging ik naar het traumacentrum in Beilen, maar nu met mijn studieboek, schrift en pen. Ik werkte hard aan mezelf; ontdekken wie ik eigenlijk mocht zijn. Niet de persoon die aan het overleven was, maar iemand die mocht ontdekken wat haar interesses, normen en waarden waren. Ik pakte mijn agorafobie aan. Mijn xenofobie. Ik mocht mijn identiteit vormen en mijn studie gebruiken als spiegel, als gids, als fundament. Het team van hulpverleners werd tegelijkertijd mijn cheerleaders. In die periode vormde ik een geheim besluit — één dat ik deelde met alleen mijn psychologe. Mijn missie: Zorgen dat jongeren niet dezelfde weg hoeven afleggen als ik. Jongeren helpen. Hoop bieden. Zodat zij zelfverzekerd mogen uitgroeien tot stabiele volwassenen. Daarnaast wil ik het stigma rondom mentale gezondheid en suïcide doorbreken. Mijn therapie liep ten einde, maar ik bleef soms tegen muren aanlopen. Het vermoeden van lichte tekenen van ASS bestond al, maar nu het trauma weg was, deed ik opnieuw een test. ASS bleek mijn nieuwste superkracht te zijn. Naast NAH is dit geen makkelijke uitdaging, maar ik ga het aan — ik heb geen keuze. Een training om te leren omgaan met ASS bracht nieuwe inzichten en nieuwe tools om mijn leven in te richten. Groei, roeping en toekomst Nadat ik mijn opleiding als ervaringsdeskundige had gehaald, werd ik ook jongerencoach. Ik begon vrijwilligerswerk te doen en studeer nu verder als tweedejaars ervaringsdeskundige. Dit is niet het einde van mijn herstelverhaal. Het zijn stappen naar een volgende fase in mijn leven. Een leven van hoop, geloof en liefde — Met, voor en door God. © N. CLAUS