Moeder getuigt over leven met zoon met psychische problemen: 'Je sterft mee'
De getuigenis van Leen Wouters laat zien hoe intens en uitputtend het leven kan zijn voor ouders die jarenlang zorgen voor een volwassen kind met psychische problemen, vaak met weinig steun van de hulpverlening.
De getuigenis van Leen Wouters, moeder van een 36-jarige zoon met ernstige psychische problemen, laat zien hoe diep psychische kwetsbaarheid ingrijpt in het leven van naasten. Al meer dan twintig jaar is ze dagelijks bezig met de zorg voor haar zoon Pieter-Jan. Ze beschrijft hoe vakantie en zorgeloos genieten bijna verdwenen zijn; onder alles ligt een constante laag van stress en bezorgdheid. Centraal staat haar angst voor de toekomst: wat gebeurt er met haar zoon als zij er niet meer is, en wie kan hem dan een veilige thuis bieden? Leen neemt een dubbele rol op zich: die van moeder én mantelzorger. Ze ondersteunt haar zoon in zijn zoektocht naar herstel, terwijl ze zelf emotioneel uitgeput raakt. De opeenvolging van studies, opnames en wisselende diagnoses illustreert hoe verwarrend de weg door de geestelijke gezondheidszorg kan zijn voor families. In verschillende instellingen ontving het gezin weinig informatie en begeleiding. Aan het einde van een langdurig traject kregen ze slechts een boekje met tips mee, waarna ze ‘hun plan moesten trekken’. Het ontbreken van echte triadische samenwerking tussen hulpverleners, patiënt en familie laat Leen met veel vragen en weinig houvast achter.[1] Toch is haar verhaal ook een voorbeeld van krachtige betrokkenheid. Via artikelen over psychose en verhalen van andere moeders herkent Leen de ernst van de situatie en besluit ze zich volledig achter haar zoon te scharen. Ze zoekt eigen manieren om hem te ondersteunen, onder meer door samen te wandelen in de natuur en veel met hem te praten, om stress te verminderen en zijn zelfvertrouwen langzaam weer op te bouwen. Haar ervaring onderstreept het belang van familiebetrokken zorg, goede informatievoorziening en lotgenotencontact voor naasten, zodat zij niet geïsoleerd en uitgeput raken in hun rol als mantelzorger.