Moeder getuigt over euthanasie van dochter na jarenlange psychische lijdensweg
Mama Sandra getuigt over haar dochter Liz, die op 20-jarige leeftijd euthanasie kreeg na een lange psychische lijdensweg. Ze beschrijft de diagnoses, het dagelijkse lijden, de moeilijke overgang van kinder- naar volwassenpsychiatrie en haar eigen rouwproces, waarin steun van een vriendin een belang…
De getuigenis van mama Sandra vertelt over haar dochter Liz, die op 20-jarige leeftijd uit het leven stapte via euthanasie na een jarenlange strijd met psychische problemen. Liz was acht jaar oud toen haar ouders merkten dat er iets mis was: ze sprak al over dood willen. Daarna volgde een lange periode met psychiaters, psychologen, therapeuten en crisisopnames. Volgens Sandra was de hulpverlening sterk versnipperd en moesten zij als gezin veel zelf uitzoeken. Op haar tiende kreeg Liz haar eerste diagnose: autismespectrumstoornis (ASS). Later volgden nog vier diagnosen: een chronische depressie, obsessieve-compulsieve stoornis (OCD), een angststoornis en hoogbegaafdheid. Sandra beschrijft hoe Liz zich niet thuis voelde in de maatschappij en hoe het haar niet lukte een stabiel dagelijks leven op te bouwen. Liz ontwikkelde automutilatie, een eetstoornis en dissociatie. Tijdens dissociatieve episodes was ze soms urenlang "weg" en moest ze in een veilige positie in de zetel gelegd worden. Toen Liz achttien werd, vroeg ze onmiddellijk euthanasie aan. Sandra zegt dat ze zich daar nooit tegen heeft verzet, dat ze haar dochter altijd gesteund heeft en haar na dagelijks lijden rust gunde. Het euthanasieverzoek werd pas na twee jaar en negen maanden goedgekeurd. De laatste ochtend beschrijft Sandra als opvallend vrolijk en luchtig: Liz had veel eetlust, maakte grapjes en nam afscheid van iedereen. Haar laatste woorden waren een laconiek "Slaapwel allemaal". Sandra benadrukt dat Liz haar had gevraagd om een specifiek probleem met de wereld te delen: de overgang van kinderpsychiatrie naar volwassen psychiatrie. Volgens haar is die overgang problematisch. In de kinderpsychiatrie kreeg Liz één-op-één-begeleiding, terwijl in de volwassenenzorg veel meer eigen verantwoordelijkheid wordt verwacht van de patiënt. Over haar rouw zegt Sandra dat die "onwezenlijk" aanvoelt. Ze heeft soms het gevoel dat Liz nog kan terugkomen, zoals na momenten van dissociatie, maar de realiteit is dat haar dochter definitief weg is. Elke ochtend ervaart ze het gemis, dat volgens haar elke dag erger wordt. Tegelijkertijd zijn er nog momenten waarop ze kan genieten, bijvoorbeeld van muziek of een terrasje ver van huis. De directe omgeving mijdt ze eerder, omdat sommige mensen volgens haar onoprechte vragen stellen. Sandra geeft aan veel steun te hebben aan een goede vriendin die haar heel concreet helpt, onder meer door spontaan contact op te nemen en praktische hulp te bieden.