Politici doorbreken taboe rond psychische kwetsbaarheid dankzij eigen ervaringen
Twee politica’s tonen hoe hun persoonlijke ervaringen als naastbetrokkenen een motor zijn voor taboedoorbrekend en familiebetrokken beleid in de geestelijke gezondheidszorg.
In getuigenissen bij Similes vertellen Brusselse parlementslid Bianca Debaets en Diksmuidse burgemeester Lies Laridon hoe hun persoonlijke ervaringen als naastbetrokkenen hun politiek werk rond psychische kwetsbaarheid vormgeven.[1] Beiden groeiden op in gezinnen waar zowel maatschappelijke inzet als psychische problemen aanwezig waren. Zo tekende de depressie van Bianca’s vader haar blik op kwetsbaarheid, terwijl Lies via haar moeder en broer met psychische problemen de impact op families van dichtbij kent.[1] Hun verhaal toont hoe ervaringsdeskundigheid van naasten een krachtige motor kan zijn voor taboedoorbrekend beleid. Debaets beschrijft hoe de confrontatie met armoede, dakloosheid en kwetsbaarheid in Brussel haar sociale engagement versterkte en haar gevoeliger maakte voor de noden van mensen met psychische problemen en hun omgeving.[1] Laridon verwijst naar haar jaren als OCMW-raadslid, waarin ze de eenzaamheid en psychische nood op het platteland leerde kennen en dit vertaalde naar lokaal beleid.[1] In Diksmuide stimuleert Laridon initiatieven die isolatie tegengaan, zoals dorpsrestaurants waar vrijwilligers mensen actief uitnodigen om uit hun sociaal isolement te komen.[1] Tegelijk pleit ze voor betere zorgstructuren, met eerstelijnspsychologen die de drempel naar hulpverlening verlagen en het taboe rond psychische problemen helpen doorbreken.[1] Beide politica’s benadrukken dat iedereen met maatschappelijke verantwoordelijkheid – van lokaal beleid tot nationale politiek – een rol kan spelen in familiebetrokken zorg en het zichtbaar maken van de ervaringen van naasten en lotgenoten.